Het is een merkwaardige tijd om iets te willen zeggen. Nooit eerder hadden we zulke verfijnde middelen om onze gedachten te delen: blogs, websites, podcasts, nieuwsbrieven, sociale media. En toch lijkt de weg naar ons publiek meer versperd dan ooit. Alsof we spreken in een rumoerige zaal waar iedereen tegelijk praat — en de luidste stemmen zijn niet noodzakelijk de meest waardevolle.
Iedereen die een boodschap heeft — een schrijver, denker, leraar, blogger, ondernemer of politicus — botst op dezelfde vraag: Hoe geraak ik nog tot bij mijn publiek? Want de digitale snelwegen, ooit vrij en open, zijn inmiddels in handen van een paar machtige tolheffers: Google, Facebook, Instagram, X, YouTube. Ze controleren wie door mag, hoe ver je geraakt en hoeveel je ervoor moet betalen. De toegang is niet onmogelijk, maar zelden nog gratis.
Als blogger voel ik dat aan den lijve. Je steekt tijd, aandacht en zorg in een stuk tekst — helder, relevant, misschien zelfs wijs. Je drukt op ‘publiceer’, vol verwachting. En dan… stilte. Alsof je het geschreven hebt voor een verlaten theaterzaal. Niet omdat het stuk slecht is, maar omdat niemand de deuren voor je opendeed.
De poorten naar het publiek zijn hermetisch gesloten, niet door onwetendheid, maar door algoritmes. Wat vroeger eenvoudig was — gevonden worden via Google of gedeeld worden op Facebook — is nu een vorm van digitale file zonder rijvak voor idealisten. Tenzij je betaalt. En zelfs dan is zichtbaarheid niet gegarandeerd, enkel gehuurd.
De organische zoekresultaten van Google lijken nog alleen toegankelijk voor wie ofwel een groot budget heeft, ofwel de juiste technische trucs kent. Wil je gevonden worden op relevante zoekwoorden? Dan ben je niet langer auteur, maar adverteerder. En sociale media? Daar worden berichten met linkjes richting een eigen website bewust afgeremd — want wie het platform wil verlaten, wordt subtiel onzichtbaar gemaakt.
Zo ontstaat een vreemde paradox: we leven in een tijd van absolute communicatiemogelijkheid, maar echte communicatie is schaars. Niet iedereen wordt gehoord — vooral wie het meeste budget heeft, wordt het luidst versterkt. Voor bedrijven is dit een kwestie van marketing. Voor politieke partijen is het een mogelijke "ondermijning van de democratie." Want wat gebeurt er als niet de beste ideeën, maar de duurste campagnes de verkiezingen winnen?
De algoritmes die bepalen wat zichtbaar is, worden gemaakt door bedrijven die geen publieke missie hebben, maar commerciële doelen. Ze kunnen — soms zonder dat wij het merken — bepaalde boodschappen begunstigen of ontmoedigen. En wie zijn stem volledig toevertrouwt aan die platformen, riskeert uiteindelijk onhoorbaar te worden. Wie zijn communicatie enkel bouwt op geleende grond, is vroeg of laat afhankelijk van de eigenaar.
Daarom is het bouwen van een eigen kanaal geen luxe, maar een vorm van digitale zelfbescherming. Een eigen website, nieuwsbrief, magazine, podcast of videokanaal — hoe klein ook — is een stukje vrijheid. Het garandeert dat, wanneer je iets te zeggen hebt, je niet eerst tol moet betalen om gehoord te worden.
,,,Wie zijn stem niet bewaakt, raakt ze kwijt vóór hij het beseft."
Alvast bedankt bij voorbaat, om dit bericht te willen delen.
Groeten
Bjorn De Wilde
Reactie plaatsen
Reacties